nl
HomeAWVN waarschuwt: bedrijven zijn niet klaar voor loontransparantie
Naar aanleiding van het BNR-bericht over de EU-loontransparantieregels

AWVN waarschuwt: bedrijven zijn niet klaar voor loontransparantie

BNR bericht dat werkgeversorganisaties, waaronder AWVN, waarschuwen dat veel bedrijven niet klaar zijn voor de EU-loontransparantieregels. Vooral het MKB dreigt vast te lopen. Niet omdat werkgevers tegen transparantie zijn, maar omdat de uitvoering ontbreekt: objectieve functieclusters, complete beloningsdata, betrouwbare 5%-controles op basisloon en bruto-uurloon en een proces voor inzageverzoeken. Dat is precies het gat waar Payqual voor is gebouwd.

Laatste update: 13 mei 2026 · Leestijd: 4 minuten

Kort antwoord

  • AWVN waarschuwt volgens BNR dat veel bedrijven nog niet klaar zijn voor de EU-loontransparantieregels
  • Het probleem zit vooral in uitvoering: functieclusters, beloningsdata, 5%-toetsing en inzageprocessen
  • MKB-bedrijven hebben zelden een HR-analytics-team dat dit handmatig kan inrichten en onderhouden
  • 150+ werkgevers rapporteren al vanaf 2027; 100–149 volgt later, maar het functiehuis-werk moet ruim eerder starten
  • Payqual vult dit gat met clusteranalyse, datakoppelingen, 5%-controle op basisloon en bruto-uurloon en workflows voor loontransparantie

Wat de richtlijn vraagt

Richtlijn (EU) 2023/970 verplicht werkgevers tot drie dingen die de meeste MKB-bedrijven nog nooit hebben gedaan. Bovenop die drie ligt de spil van de hele wet: de 5%-drempel die de bewijslast omkeert.

1

Sollicitatiefase (art. 5)

Verbod op vragen naar loonhistorie. Salarisrange verplicht in de vacature of vóór het gesprek.

2

Inzagerecht voor werknemers (art. 7)

Iedere medewerker mag het eigen loon én het gemiddelde loonniveau per geslacht binnen de eigen functiegroep opvragen.

3

Rapportage (art. 9)

250+ werkgevers rapporteren jaarlijks (eerste rapportage uiterlijk 7 juni 2027 over 2026). 150–249 driejaarlijks, ook startend in 2027. 100–149 driejaarlijks vanaf 2031.

Boven de 5% ongerechtvaardigd verschil in basisloon of bruto-uurloon binnen een functiegroep volgt een verplichte gezamenlijke loonevaluatie met de OR (WGBMV art. 10d; richtlijn art. 10), met omgekeerde bewijslast (art. 18).

Waarom het MKB vastloopt

De wet is uitvoerbaar voor multinationals met een HR-analytics-afdeling. Voor een fabrikant met 140 medewerkers en één HR-adviseur is hij dat niet. Drie concrete uitvoeringsproblemen:

  1. Functieclusters bepalen is geen Excel-werk

    De richtlijn vereist objectieve, sekseneutrale groepering op basis van vaardigheden, inspanning, verantwoordelijkheid en arbeidsomstandigheden (art. 4). Wie zit er in dezelfde groep als de senior monteur? Drie subjectieve keuzes verderop zit je er 5% naast.

  2. De 5%-drempel is statistiek, geen gemiddelde

    Een eerlijke vergelijking corrigeert voor anciënniteit, opleiding, prestatie en deeltijdfactor. Een ruw gemiddelde levert vals positieven én vals negatieven op.

  3. Data moet uit AFAS of Visma komen zonder AVG-lek

    Persoonsgegevens mogen niet onnodig de HR-omgeving verlaten. Dat sluit het standaard-Excelletje van de consultant uit.

Waarom bedrijven nu al vastlopen

De discussie gaat vaak over de formele deadline. Voor HR is de echte vraag praktischer: kun je vandaag al uitleggen welke functies gelijkwaardig zijn, welke beloning meetelt en waarom een verschil wel of niet objectief verklaarbaar is? Bij veel bedrijven is dat antwoord nog nee.

Functiehuis ontbreekt

Veel organisaties hebben functietitels, maar geen objectieve, sekseneutrale clustering op vaardigheden, inspanning, verantwoordelijkheid en arbeidsomstandigheden. Zonder die clustering kun je loonverschillen niet eerlijk vergelijken.

Data is versnipperd

Salaris, variabele beloning, toeslagen, auto, budgetten en arbeidsduur staan vaak verspreid over HRIS, payroll en losse bestanden. De richtlijn vraagt juist één controleerbaar beloningsbeeld.

Onderbouwing ontbreekt

Een loonverschil onder of boven 5% is pas bruikbaar als je kunt laten zien welke factoren zijn meegewogen. Een ruwe Excel-export is daarvoor te kwetsbaar.

Daarom is wachten op de definitieve Nederlandse wettekst riskant. De uitvoeringsbasis moet er eerder liggen dan de eerste rapportage of het eerste inzageverzoek.

Wat AWVN volgens BNR signaleert

De waarschuwing van AWVN en andere werkgeversorganisaties gaat niet alleen over tijd. Het gaat vooral over uitvoerbaarheid. Bedrijven moeten tegelijk twee dingen doen die in veel HR-processen nog niet bestaan:

  1. 1

    Hun functiehuis objectief en sekseneutraal beschrijven.

  2. 2

    Verschillen in basisloon of bruto-uurloon binnen die clusters toetsen op de 5%-drempel.

Daar zit de link met Payqual: software maakt dit herhaalbaar. Niet één rapport voor één deadline, maar een werkend systeem voor functieclusters, datakoppelingen, 5%-controle op basisloon en bruto-uurloon, onderbouwing en inzageverzoeken.

Wat MKB-werkgevers nu kunnen doen

Drie stappen die je deze maand al kunt zetten, zonder dat de wet definitief in het Staatsblad staat. Ze leveren bovendien hergebruikbare bouwblokken: wat je nu doet voor het functiehuis, gebruik je later voor inzageverzoeken én rapportage.

Inventariseer functies, niet functietitels

Twee mensen met dezelfde titel kunnen in verschillende clusters horen. Twee mensen met verschillende titels kunnen in hetzelfde cluster horen. Begin bij de vier wettelijke factoren uit art. 4.

Trek de data uit het bronsysteem

Bonussen, auto, thuiswerkvergoeding, studiebudget — alles wat onder "beloning" valt in de richtlijn moet erin. Niet alleen het bruto maandsalaris.

Test de 5%-drempel nu al

Wachten tot de eerste rapportage betekent dat je geen tijd hebt om verschillen in basisloon of bruto-uurloon te corrigeren binnen de zes maanden die art. 10d je geeft voordat een joint pay assessment verplicht wordt.

Veelgestelde vragen

Waarom zijn bedrijven volgens AWVN nog niet klaar?

Omdat de verplichtingen meer vragen dan een juridisch memo of salarisexport. Werkgevers moeten functies objectief groeperen, beloningscomponenten compleet maken, verschillen in basisloon of bruto-uurloon toetsen en antwoorden op inzageverzoeken kunnen onderbouwen. Veel MKB-bedrijven hebben die data, processen en tooling nog niet op orde.

Mijn bedrijf heeft 120 medewerkers en hoeft pas in 2031 te rapporteren — waarom nu al beginnen?

De rapportage over 2030 vereist dat je functiehuis, beloningsbeleid en dataregistratie per 1 januari 2030 op orde zijn. Een objectief, sekseneutraal functiehuis bouwen kost één tot twee jaar; data-koppelingen aan AFAS of Visma drie tot zes maanden; OR-instemmingstraject op het beloningsbeleid nog eens drie maanden. Wie in 2031 wil rapporteren, moet uiterlijk in 2028 beginnen. Bovendien geldt het inzagerecht (art. 7) en de bewijslast (art. 18) onafhankelijk van de rapportagedeadline.

Waarom voldoet AFAS of Visma niet voor de 5%-drempel-toets?

AFAS en Visma zijn salarisadministratiesystemen: ze leveren accurate brutobedragen, varianten en componenten. Ze leveren geen functieclusterindeling op basis van art. 4-criteria (vaardigheden, inspanning, verantwoordelijkheid, arbeidsomstandigheden). Voor de 5%-drempel op basisloon of bruto-uurloon heb je een laag bovenop je HRIS nodig die clustert, vergelijkt en de afwijking objectief onderbouwt.

Gerelateerde artikelen

Maak loontransparantie uitvoerbaar voordat de druk oploopt

Payqual helpt bedrijven precies waar AWVN voor waarschuwt: van losse HR-data naar objectieve functieclusters, 5%-controle op basisloon en bruto-uurloon, rapportage en inzageprocessen. Zo wordt loontransparantie geen eenmalig complianceproject, maar een beheersbaar proces.