nl
HomeLoontransparantie voor uitleners: wat regelt het Nederlandse wetsvoorstel?
Uitlener versus normale werkgever

Loontransparantie voor uitleners: wat regelt het Nederlandse wetsvoorstel?

Het wetsvoorstel zoals nu ingediend maakt bij uitgeleende arbeidskrachten een expliciet onderscheid tussen de rol van uitlener en inlener. Daardoor verschillen de praktische verplichtingen op belangrijke punten van die voor een normale werkgever.

Laatste update: 7 april 2026 · Leestijd: 9 minuten

Kort antwoord

  • Voor eigen personeel gelden uitleners dezelfde WGBMV-verplichtingen als andere werkgevers.
  • Voor uitgeleende arbeidskrachten verschuiven rapportage en LIV-categoriegemiddelden volgens het wetsvoorstel naar de inlener.
  • Zes van de zeven praktische plichten hebben een afwijkende invulling; alleen jaarlijks informeren is in de kern gelijk.

Uitgangspunt: één wet, twee contexten

Voor eigen personeel gelden de verplichtingen voor een uitlener in beginsel net als voor iedere andere werkgever.

Voor uitgeleende arbeidskrachten werkt de wet met een gedeelde verantwoordelijkheid. Vooral bij rapportage en de LIV-categoriegemiddelden verschuift de verplichting volgens het wetsvoorstel naar de inlener. Dit artikel beschrijft per verplichting wat dat praktisch betekent.

Afwijkend voor uitleners

6

Verplichtingen met een ander uitvoeringspad of ketenrol voor uitgeleende arbeidskrachten.

Zonder verschil

1

Verplichting werkt in de kern hetzelfde voor uitleners en andere werkgevers.

Bij elk punt zie je of er een verschil is. Als er verschil is, linken we naar de bijbehorende praktische uitlegpagina.

Verschil

7 praktische verplichtingen: normale werkgever vs uitlener

VerplichtingNormale werkgeverUitlenerVerschil
Functiewaardering en inschaling moeten objectief en genderneutraal zijn, op basis van vaardigheden, inspanningen, verantwoordelijkheden en arbeidsomstandigheden.Deze verplichting geldt ook, maar voor uitgeleende arbeidskrachten is de uitlener afhankelijk van informatie van de inlener over functiewaardering en inschalingsniveau.Verschil aanwezigUitvoering loopt via informatie van de inlener.
GenderkloofrapportageWGBMV art. 10c e.v.
Werkgevers met 100 of meer medewerkers rapporteren periodiek over loonverschillen richting de toezichthouder. Fasering: 150+ uiterlijk 7 juni 2028, 100-150 uiterlijk 7 juni 2031.Voor uitgeleende arbeidskrachten ligt de rapportage volgens het wetsvoorstel bij de inlener. De uitlener rapporteert alleen over eigen personeel.Verschil aanwezigRapportage voor uitgeleende krachten ligt bij de inlener.
LooninzageplichtWGBMV art. 10b
Elke medewerker kan schriftelijk looninformatie opvragen. De werkgever antwoordt schriftelijk binnen twee maanden met eigen loon en categoriegemiddelden per geslacht.De uitlener verstrekt het eigen brutoloon en variabele componenten. Voor categoriegemiddelden van uitgeleende arbeidskrachten verwijst de regeling naar de inlener.Verschil aanwezigCategoriegemiddelden worden door de inlener verstrekt.
Informeert medewerkers jaarlijks over het recht op looninzage en de aanvraagroute.Moet dit ook jaarlijks doen richting eigen personeel en uitgeleende arbeidskrachten, omdat de uitlener formeel werkgever blijft.Geen verschilDeze plicht geldt in de kern hetzelfde.
Maakt beloningscriteria proactief toegankelijk. Bij 50+ medewerkers geldt aanvullend de plicht rond criteria voor loonontwikkeling.Dezelfde plicht geldt, maar voor uitgeleende arbeidskrachten moet de uitlener de relevante criteria en context bij de inlener ophalen.Verschil aanwezigDe uitlener heeft ketenafspraken met de inlener nodig.
De rapportage gaat niet alleen naar de toezichthouder, maar ook naar medewerkers en vertegenwoordiging.Omdat rapportage voor uitgeleende arbeidskrachten bij de inlener ligt, deelt de uitlener die rapportage niet met die groep. Voor eigen personeel wel, als de drempel wordt gehaald.Verschil aanwezigDelen volgt de rapportageverantwoordelijkheid.
Verstrekt salaris of bandbreedte tijdig vóór het arbeidsvoorwaardengesprek, vraagt niet naar salarishistorie en gebruikt genderneutrale functietitels.Moet dezelfde informatie tijdig aan sollicitanten geven, maar is voor uitzendwerk afhankelijk van de inlener voor salarisbandbreedte en relevante cao-informatie.Verschil aanwezigInhoud wordt voor uitzendwerk aangeleverd door de inlener.

Wat nog niet vaststaat

De uitwerking van onderdelen van de tweedelige rapportage wordt nog nader ingevuld via AMvB. Gebruik dit kader daarom als werkbasis op grond van het wetsvoorstel zoals nu ingediend.

Veelgestelde vragen

Is de uitlener nog steeds de formele werkgever voor loontransparantie?

Ja. Voor uitgeleende arbeidskrachten blijft de uitlener de werkgever, maar het wetsvoorstel verdeelt uitvoering: bijvoorbeeld categoriegemiddelden en deel van de rapportage lopen via de inlener.

Waar moet ik als uitlener vooral afspraken over maken met inleners?

Over doorloei van functie- en inschalingsinformatie, salarisbandbreedtes en cao-context voor sollicitaties, en wie welke rapportage-onderdelen levert en deelt met medewerkers. Leg dit vast in ketenprocessen.

Verandert dit nog als de wet definitief is?

Details kunnen nog wijzigen tot de definitieve wet en AMvB's. Gebruik deze pagina als werkbasis op basis van het wetsvoorstel zoals nu ingediend.

Gerelateerde artikelen

Bron

  • [1]Wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie (WGK025384), versie 19 januari 2026, inclusief toelichting op artikel 12b Waadi en relevante WGBMV-bepalingen.

Disclaimer: dit artikel is een algemene toelichting op het wetsvoorstel zoals nu ingediend en is geen juridisch advies.

Wil je dit vertalen naar werkbare processen?

Breng per verplichting in kaart welke informatie je zelf hebt en wat je structureel van inleners nodig hebt.